Militairen met ‘Ducks’ de polders in

Nabij Vogelenzang stonden snel na de ramp hulpverleners klaar.

Bij Station Vogelenzang in Halsteren, op het kruispunt van de Tholenseweg richting Tholen en de Dorpsstraat, was het zondag 1 februari 1953 een drukte van belang. Hier stonden al vroeg tientallen mensen die zich angstig afvroegen hoe het was met de familie, vrienden en bekenden uit de polders die nog niet binnen waren. Mensen die daar soms dagenlang stonden te wachten. Soms vergeefs. 

Bij Vogelenzang was de Tholenseweg ’s morgens al door de politie afgesloten. Alleen hulpverleners mochten door. Vanwege de watersnood was de Halsterse politie met maar liefst zeventig man versterkt. Overigens werd Vogelenzang in de volksmond niet alleen gebruikt voor het kruispunt en het café daar, maar voor de hele omgeving ervan. 

Vanaf Vogelenzang vertrokken aanvankelijk alleen de Nederlandse militairen met amfibievoertuigen, de zogenaamde Highspeeds. Dat hadden rupsbanden. Later, namelijk vanaf woensdag 4 februari, werd dit ook het vertrekpunt van de amfibievoertuigen van vooral de Franse genietroepen. Die reden met DUKW’s (de Ducks zoals die in de volksmond werden genoemd), voorzien van luchtbanden. De DUKW’s werden in de Tweede Wereldoorlog gebruikt door de geallieerden om militair materieel vanaf schepen naar de vaste wal te brengen.

De hulp uit binnen- en buitenland kwam na de ramp dus snel op gang. De militairen met hun amfibievoertuigen onderhielden vanuit Vogelenzang niet alleen de verbinding tussen Halsteren en Tholen, maar haalden ook slachtoffers op. Wat ze in de polders aantroffen, was zo zeiden Franse militairen bij terugkeer: ‘Erger dan de oorlog’. ‘Beaucoup des victimes’. Een Franse korporaal zat bij Vogelenzang een half uur lang tegen een muur van het café te huilen. Als vader van twee kleine kinderen had hij net tevoren enkele dode kinderen uit het water gehaald. Verder werden de Ducks ingezet om materiaal te vervoeren dat nodig was om stroomgaten in doorgebroken dijken te dichten. De militaire hulp eindigde op 17 februari 1953. 

Thoolse schippers

De eerste uren na de ramp werden mensen uit de polders gered door schippers uit Tholen en Bergen op Zoom. De geredden uit de polders tussen Halsteren en Tholen werden meestal afgezet op de Tholenseweg ter hoogte van het Binnenpad, dat toen ter plaatse als zandpad steil naar beneden liep, naar de Tholenseweg. 

Daar, ruim honderd meter van het café Vogelenzang vandaag, stonden hulpverleners klaar. Dat waren behalve militairen ook leden van de EHBO, afdeling Bergen op Zoom. Die vingen de geredden op en brachten hen naar de meisjesschool bij het klooster in de Dorpsstraat. Die school fungeerde meteen als opvangcentrum. 

Station Vogelenzang in 1918. Foto West-Brabants Archief. Fotograaf onbekend. (AI verbeterd)

Knooppunt

Op het kruispunt van Tholenseweg en Dorpsstraat in Halsteren staat nog steeds Station Vogelenzang. Het vroegere café is nu een cafetaria. Het gebouw dateert uit het eind van de negentiende eeuw en stond toen op het knooppunt van tramverbindingen vanuit Tholen en Steenbergen naar Bergen op Zoom en verder naar Antwerpen. Na de komst van de bus werd de tram allengs overbodig en verdwenen rond 1937 overal de tramrails uit het straatbeeld.

Station Vogelenzang en het kruispunt Tholenseweg en Dorpsstraat zijn zodoende historisch gezien van betekenis. Maar ook bij de Watersnoodramp van 1 februari 1953 viel de naam Vogelenzang regelmatig. Mr. A. Elkhuizen, toen burgemeester van Halsteren, was een van de eersten die door opperwachtmeester J. Manniën ’s morgens heel vroeg werd gewaarschuwd dat er in de polders gevaar dreigde. De burgemeester schakelde meteen de brandweer in en reed daarna met de politieman de polders in. 

In het boek Blijft Gedenken, dat de Vereniging Heemkundige Studieclub Halsteren-Lepelstraat in 2003 uitgaf, vertelde Elkhuizen daarover: “We reden om Vogelenzang heen de Tholenseweg op richting Tholen. Je moest je stuur goed vasthouden. Het was een ontzettende wind. Het was ontzettend donker.” Na het waarschuwen van dijkgraaf Bovée dat er gevaar dreigde, kwamen de burgemeester en Manniën de brandweerlieden van Halsteren tegen die in de polders al de mensen aan het waarschuwen waren en hulp boden waar nodig.

Net ontsnapt

Even later zag de burgemeester dat het water in de poldersloten steeg en dat er een golf water de polder in kwam. Hij realiseerde zich toen dat hij niet verder kon, draaide de auto en bereikte net op tijd weer Vogelenzang. Pas later realiseerde de burgemeester zich dat hij en Manniën op het nippertje aan het aanstormende water waren ontsnapt. 

Na terugkeer van de burgemeester op het gemeentehuis van Halsteren kwamen rond 5.30 uur ook de ambtenaren daar in actie. Die probeerden zoveel mogelijk vissers uit Tholen en Bergen op Zoom met hun boten naar de ondergelopen gebieden te laten varen. Ook eigenaren van andere boten werden gebeld. Burgemeester Elkhuizen nam in alle vroegte contact op met de garnizoenscommandant in Bergen op Zoom. Die zorgde ervoor dat snel het regiment artillerie Prins Frederik vanuit de Cort Heijligerskazerne in Bergen op Zoom met groot materiaal naar Halsteren vertrok en vanaf het begin van de Tholenseweg, nabij Vogelenzang, werd ingezet.

De dagen na de ramp kwam er vanuit binen- en buitenland steeds meer hulp. Franse genietroepen brachten amfibievoertuigen mee, de zogenaamde Ducks. Foto Nationaal Archief CCO. (AI verbeterd)

Na de komst van de Nederlandse militairen schoten enkele dagen later militairen uit andere landen te hulp. Zoals Fransen, Amerikanen (vanuit een basis in Duitsland), Belgen en Italianen. Vooral de Franse genietroepen, die woensdag 4 februari in Halsteren arriveerden, hebben hier met hun Ducks veel werk verzet. 

Hulpverleners (AI verbeterd)

Familie De Krom

Ko de Kom, toen 10 jaar, besefte pas later wat er allemaal was gebeurd. Foto Bas Augustijn.

Even terug naar de vroege ochtend van 1 februari 1953. Burgemeester A. Elkhuizen en politieman J. Manniën kwamen, zoals eerder gemeld, net op tijd de polder uit. Ze hadden geluk. Dat gold niet voor de meeste mensen in polders zelf. Neem het verhaal van Ko de Krom die 10 jaar was toen het gebeurde. 

De boerderij van zijn ouders stond aan de Tholenseweg, een stukje voorbij het punt waarop deze weg nu vanuit Halsteren rechtsaf buigt in de richting van Tholen. Hier woonden vader Geert de Krom, zijn vrouw, oma van moeders kant, zes jongens en één meisje. Ko was de jongste op één na. Broer Rien was toen vier jaar, de twee oudste broers ( een tweeling) al twintig. Ten tijde van de Watersnoodramp was een van de jongens niet thuis. Die zat op het Juvenaat in Bergen op Zoom.

Even verderop stond het ouderlijk huis van vader Geert. Daar woonde toen zijn moeder en zijn broer Janus met zijn gezin.

Water te snel

Ko kon zich tijdens een interview in 2022, gepubliceerd in het jaarboek ‘Halcherth een verenigende vereniging’ van de heemkundige Studiekring Halsteren-Lepelstraat, alles nog uitstekend herinneren. “De vrouw die ons wakker kwam maken, liep op klompen. Het geklepper van die klompen hoor ik nog steeds.” Het gezin De Krom kwam meteen in actie. 

Ko: “Mijn vader en mijn twee oudste broers, die tweeling, gingen vlug naar buiten om de paarden met wagen en het vee mee te nemen naar Halsteren. Binnen moesten wij het vloerkleed oprollen en de stoelen op de tafel zetten. In de kelder wilden we de spekkuip leeg halen, met daarin stukken van het pas geslachte varken. Dat vlees moest naar boven, want er zou weleens water in de kelder kunnen komen. Maar we waren al te laat. Het water was veel eerder bij ons dan we dachten.”

Het water bereikte de boerderij van De Krom ’s morgens rond half vijf en steeg zo hard dat er niets meer te redden viel. Buiten werd het vee weggespoeld. Binnen probeerden de mannen nog zoveel mogelijk naar boven te sjouwen. Even later knalde de voordeur eruit en stond korte tijd later het water binnen bijna tot aan het plafond. Om tien voor vijf werd beneden de klok nog van de muur gehaald. Ko: “Dat was zo’n klok met slinger en gewichten. Als je die los maakte stond de klok stil. Daarom weet ik nog precies hoe laat we naar boven gingen.”

Met bootjes werden mensen vanuit de polder naar het hoger gelegen Halsteren gebracht. Foto Nationaal Archief CCO. (AI verbeterd)

Ondertussen waren schippers met boten al bezig om de mensen in de ondergelopen Halsterse polders te redden. Rond zeven uur kwam er zo’n boot met drie schippers uit Tholen aan bij de boerderij van Geert de Krom. Maar volgens Ko wilden de schippers nog niet verder varen omdat het volgens hen te gevaarlijk was. “Het was volgens hen beter om te wachten tot het licht werd. Toen het wat lichter was werden vanuit het zijraam van de zolder oma, moeder en de drie jongste kinderen in de boot getild. De anderen bleven achter. De boot was te klein. Niet iedereen kon mee.”

Volgens Ko zou de boot aanvankelijk naar Tholen gaan. “Dat was dichterbij dan Halsteren. Maar dat ging niet vanwege tegenwind en stroming. Toen terug, naar Halsteren, naar Vogelenzang. Het was geen pleziertochtje. Storm, regen, zelfs natte sneeuw. En koud dat het was. Telkens sloeg door de golven een plas water in de boot. We moesten hozen. Maar we zijn gelukkig goed aangekomen bij Vogelenzang.” 

Zijn vader en de anderen die waren achtergebleven, kwamen pas later die dag na een barre tocht ook bij Vogelenzang aan. Van het gezin van Geert de Krom is niemand verdronken. 

Boot sloeg om

Anders was het met grootmoeder De Krom en het gezin van broer Janus. Die waren in de vroege ochtend ook door schippers uit Tholen uit hun huis gehaald en gingen per boot ook richting Halsteren. Bij Slikkenburg werden moeder De Keyzer en zes kinderen ook aan boord genomen. Vader De Keyzer was vanwege een scholingsweekeinde niet thuis.

Het huis van De Keyzer stond toen al op instorten. Daarom besloten de Thoolse vissers ook hen mee te nemen. Mogelijk doordat de boot overvol was sloeg die bij de Langeweg om. Alle 28 inzittenden kwamen in het water terecht. De meesten klampten zich vast aan bomen en palen. Helaas hield niet iedereen dat vol.

Van het gezin van Janus de Krom kwamen grootmoeder, een tante, twee nichtjes en een neef hier om het leven. Janus zelf, samen met een zoon en een dochter werden gered. Van de familie De Keyzer verdronken twee dochters. Moeder en vier andere kinderen overleefden de ramp.  

De mensen die met bootjes waren gered, werden op de Tholenseweg opgevangen door de hulpverleners. Café Vogelenzang stond verderop, links aan het einde van de bomenrij. Foto: H. Vastbinder, collectie Watersnoodmuseum Ouwerkerk. (AI verbeterd)

Wie gered?

Pas toen ze rond tien uur ‘s morgens veilig de vaste wal bij Vogelenzang hadden bereikt drong het bij Ko door wat er ondertussen allemaal was gebeurd. “Dat er veel mensen dood waren. Dat er zoveel mensen bij de St. Ignatiusdijk waren verdronken. Dat er daar mensen op de dijk zaten die hun familieleden hebben zien verdrinken.”

De mensen die op de Tholenseweg richting Vogelenzang aan land kwamen, werden door het Rode Kruis opgevangen en per auto naar de meisjesschool bij het klooster aan de Dorpsstraat in Halsteren gebracht. Ko de Krom was bij de eerste groep die daar arriveerde. Rond tien uur waren hier ongeveer tien mensen uit het rampgebied aanwezig, ’s middags dertig en later veel meer. “Daar allemaal vragen. Wie is er gered? En wie niet? Er kwamen veel verschrikkelijke verhalen los”, aldus Ko de Krom.

Meer van die verhalen over de watersnood in Halsteren en Lepelstraat zijn te vinden in de volgende twee uitgaven van de Vereniging Heemkundige Studiekring Halsteren-Lepelstraat:

  • Blijft Gedenken (2003)
  • 70 jaar Herdenken Watersnoodramp (2023).
© 2026 Stichting Herdenking watersnoodramp 1953  Halsteren Lepelstraat