
In de nacht van 1 februari om 4.20 uur liet Jan van den Bergh de brandweersirene afgaan. Door het geloei van de storm was dat nauwelijks hoorbaar. Daarom drukte hij even later nog een keer op de alarmknop. Als commandant van de Halsterse brandweer kon hij die van thuis uit bedienen.
Even tevoren was Van den Bergh (tevens directeur gemeentewerken van de gemeente Halsteren) door opperwachtmeester J. Manniën van de rijkspolitie in opdracht van burgemeester mr. A.J. Elkhuizen gealarmeerd. Manniën had als eerste in Halsteren vanuit Tholen het bericht gekregen dat de dijken rond de Halsterse polders het gingen begeven. De ‘opper’ ging meteen naar de burgemeester die hem meteen de brandweer liet inschakelen. Na contact met Van den Bergh en het voor de tweede keer laten gaan van de sirene, reden burgemeester en politieman met de auto van de burgemeester de polder in. Eerst om dijkgraaf Bovée op Slikkenburg te waarschuwen voor het water dat toen al over de Halsterse dijk kwam. In de polder was inmiddels al de brandweer gearriveerd. In het wassende water reden Elkhuizen en Manniën daarna terug naar het hoger gelegen Halsteren.


Links burgemeester mr. A. Elkhuizen (foto West Brabants Archief). Rechts opperwachtmeester J. Manniën van de rijkspolitie die als eerste kreeg het bericht kreeg dat de dijken bij Halsteren het gingen begeven.

De brandweerlieden Jan van den Bergh, Laurent Rampart, Martien de Boeck, Martien van Geel, Geert Klaassen, Cor Rampart, Jan Huuskes, André Heeffer en Ko Hermans bleven achter in de Auvergnepolder om daar mensen te waarschuwen en te helpen waar nodig. Toen het water snel steeg kreeg chauffeur Ko Hermans de opdracht om de brandweerauto in veiligheid te brengen. Brandweerman Martien de Boeck bleef achter bij de familie De Krom en bracht de nacht verder met deze familie door op de zolder van de woning. Martien van Geel en Geert Klaassen overleefden de ramp op de zolder van Bovée. Cor Rampart kon nog snel met de auto van H. Bogers meeliften naar het droge Halsteren.
Jan Huuskes werd net als Jan van den Bergh en Laurent Rampart meegesleurd door de metershoge vloedgolven die razendsnel de polders van Halsteren, Lepelstraat en Nieuw-Vossmeer overspoelden.

De brandweer van Halsteren na de Watersnoodramp. Staand van links naar rechts: P. van Dijk, J. Huuskes (opvolger van Van den Bergh als brandweercommandant), J. van Meel, J. Hagenaars, L. van den Berg, P. Bogaard, A. Heeffer. Geknield van links naar rechts: A. Jansen, G. Klaassen, J. Scheffers, M. de Boeck, M. van Geel.

Jan Huuskes werd later commandant van de Halsterse brandweer. Zijn verhaal hierna is illustratief voor wat de Halsterse brandweerlieden tijdens de watersnood meemaakten.
Jan Huuskes was tijdens de ramp in de Auvergnepolder bezig om een moeder met haar kind in de kinderwagen in veiligheid te brengen. Het water stond toen al op de Tholenseweg tachtig centimeter hoog. Na tweehonderd meter kwam er een enorme muur van water op hen af. De vloedgolf nam de moeder mee en Huuskes graaide het kind uit de kinderwagen. Hij hoorde de moeder nog om hulp roepen en riep terug: ‘Grijp een boom, grijp een boom’. Met het kind boven zijn hoofd probeerde Huuskes verder te lopen, richting een huis bij de Boomdijk. Hij zat ineens zelf onder water en moest het kind loslaten. Dat dreef weg in de golven. Toen hij weer boven water kwam zag Huuskes vaag de contouren van Jan van den Bergh en Laurent Rampart. Hij probeerde vergeefs zijn hoofd boven water te houden. Was bang het niet te zullen redden. Dacht aan vrouw en zijn twee kinderen. Maar uiteindelijk spoelde hij aan op de Boompjesdijk, waar hij meer bewusteloos dan bij kennis drie uur gewond bleef liggen. Later werd Huuskes daar gered door schipper Schot uit Tholen.
Jan van den Bergh en Laurent Rampart hebben het niet gered. Huuskes dacht later dat ze allebei terecht waren gekomen onder drijvende rietschollen.


Laurent Rampart, getrouwd op 10 september 1946 met Catharina Keunings en timmerman van beroep, was de laatste die enkele uren eerder in Halsteren in de brandweerauto was ingestapt. Hij zocht toen een beschut plekje om een sigaret te draaien. Het zou zijn laatste zijn.
Jan van den Bergh, getrouwd op 9 augustus 1928 met Johanna Jonkers en vader van drie kinderen, was directeur gemeentewerken in Halsteren en tevens commandant van de vrijwillige brandweer. Een dag voor de ramp was hij nog present bij de opening van het nieuwe gymzaal aan de Julianastraat. Als ambtenaar van de gemeente was hij met de bouw ervan betrokken.


Bidprentje Jan van den Bergh Bidprentje Laurent Rampart

Op het kerkhof in Halsteren zijn Jan van den Bergh en Laurent Rampart naast elkaar begraven. Hun namen staan pal onder het kruis. Foto Janus van der Zande.
Er is na 1 februari 1953 in de Halsterse polders dagenlang gezocht naar Jan van den Bergh en Laurent Rampart. Dertien dagen na de ramp werd het lichaam van Laurent Rampart gevonden, een dag later dat van Jan van den Bergh. Op de Halsterse begraafplaats achter de Sint Martinuskerk kerk is een speciaal gedeelte ingericht voor de slachtoffers van de Watersnoodramp. Jan van den Bergh en Laurent Rampart zijn daar op 15 februari 1953 naast elkaar begraven. Onder het kruis staan hun namen.


Naar deze twee brandweerlieden, die hun leven gaven om mensen in nood te redden, zijn in Halsteren twee straten genoemd: de Jan van den Berghstraat en de Laurent Rampartstraat.
Bovenstaande informatie is ontleend aan de boeken ‘Blijft Gedenken’ en ’70 jaar Herdenken Watersnoodramp’, uitgaven van de Vereniging Heemkundige Studiekring Halsteren-Lepelstraat. Foto’s en illustraties komen uit archief van heemkundekring Halsteren, tenzij anders is vermeld.