
Tijdens de herdenking op 1 februari 2026 werd onderstaande lezing gegeven.
Ik sta hier vandaag om u te vertellen wat de watersnoodramp voor mij betekent, als iemand die het heeft meegemaakt via de verhalen van mijn moeder, Magdalena Wanrooy. Mijn moeder, Magdalena Wanrooy, heeft ons altijd verteld over deze tragedie.
Geertruida Maria Roks-van Eekelen en Catharina Maria Roks. Zo heetten de 21 jarige vrouw en hun 9 maanden oude dochtertje van mijn opa die beiden slachtoffer zijn gevallen aan de watersnoodramp. Bij ons thuis werd altijd heel open gesproken over de ramp. Ik ben er dus ook geen vreemdeling van. Mijn naam is Magdalena Catharina Gertrudis Maria Wanrooij, maar iedereen kent mij als Magdalena Wanrooy. Ik ben het jongste kleinkind van Piet Roks en Jaantje Nelen. Van alle kleinkinderen ben ik de enige die is vernoemd naar niet alleen Truus of Ineke, ik ben vernoemd naar beiden. Dit is iets wat mijn verhouding in dit verhaal net iets anders maakt en verbindt mij tot in mijn kern in ons verhaal, waarin ook mijn moeder, Magdalena Wanrooy, een belangrijke rol speelt.
Mama Truus en Ineke. Zo praat mijn moeder, die overigens ook Truus is genoemd, over de ramp. Ze heeft Ineke nooit gekend, toch is het haar zusje, die ze zo graag wèl gekend had. Ik heb er altijd bewondering voor hoe ontroerd en met pijn in haar stem mijn moeder over mama Truus en Ineke praat. Zo zie je maar dat verbintenis dieper gaat dan het echte leven.
Tijdens de ramp heeft mijn opa mama Truus met Ineke in de kinderwagen naar de brandweer gestuurd, die bij Slikkenburg stond te wachten om mensen naar veiligheid te brengen en te waarschuwen om op zolder te gaan zitten. De weg hier naartoe hebben mama Truus en Ineke alleen nooit overleefd. Het water kwam op een razend tempo in een meters hoge muur hun kant op. ‘’Ik heb ze de dood in gestuurd, maar ik heb het niet geweten’’ dat heeft mijn opa zichzelf altijd verweten.
Mijn opa heb ik overigens nooit goed gekend. Hij is overleden in 2006 toen ik nog maar 5 jaar oud was. Mijn moeder was er bij was toen hij zijn laatste adem uitblies. Ze omschreef het alsof hij met zijn laatste zucht zijn ziel de polder in blies op weg naar zijn Truus en Ineke. Een opluchting vulde de kamer dat hij nu eindelijk rust had. De eeuwige rouw was tot een eind gekomen.
Mijn oma heeft het ook niet makkelijk gehad. Zij was de ‘nieuwe’ vrouw van mijn opa. Een leegte die niet gevuld kan worden. En toch is er altijd respect geweest voor de ramp. Er hingen twee trouwfoto’s naast elkaar en een getekend portret van Ineke er naast. Nu hangen ze op dezelfde manier bij mijn moeder thuis. Bij mijn opa en oma thuis lag op zolder de hemels blauwe trouwjurk van mama Truus die wij in 2014 aan het watersnood museum hebben geschonken, zoals oma dit nadrukkelijk had gewenst. Dankzij oma is deze ook in perfecte staat gebleven. Om de zoveel tijd ververste zij namelijk de mottenballen en kranten waar hij in gewikkeld lag. Zo zijn er geen motten in gekomen.
Bij ons thuis ligt het jasje van Ineke. Mama Truus had van beige teddystof een jasje voor Ineke uitgeknipt, maar deze heeft ze nooit af kunnen maken. Mijn oma heeft het jasje zorgvuldig in elkaar genaaid en later hebben mijn moeder en daarna haar 2 broers ook het jasje aangehad. De voering was uiteindelijk versleten, dus heeft mijn oma het opnieuw gevoerd. Mijn zus Mathilda en ik hebben het daarna weer gedragen. Het jasje van Ineke, het verbindt onze familie.
Vragen stellen en er over blijven praten is wat de verhalen van degene die hun verhaal niet meer kunnen delen levend houdt. Zo leeft het verhaal van mama Truus en Ineke in mij door.
Ik draag mijn naam met veel trots en zal nooit vergeten waar ik voor sta. Dank u wel.