
Het is een blijvende herinnering aan de Watersnoodramp van 1953. Op de plek waar het water ongenadig toesloeg, in de Auvergnepolder westelijk van Halsteren. Waar de dijken braken en de meeste van de tientallen Halsterse slachtoffers vielen. Signalen in het landschap, want daar hebben we het hier over is indringend, het maakt pijnlijk duidelijk hoeveel leed water kan veroorzaken.
We gaan even terug naar begin deze eeuw. Het moment nadert dat Zuidwest-Nederland stilstaat bij het feit dat de Watersnoodramp alweer vijftig jaar geleden is. Lang is er gezwegen, maar na 1993 zijn langzaam de verhalen losgekomen. Tot die tijd hebben veel nabestaanden verdrongen wat hen is overkomen. Steeds meer dringt het besef door dat praten moet en dat herdenken meer is dan een moment van stilte.
Zo ontstaat het plan om met een kunstwerk de Halsterse en Lepelstraatse slachtoffers te herdenken. In de polder. Een idee van Johanna Jacobs, op dat moment conservator van Het Markiezenhof in Bergen op Zoom. Drie kunstenaars werken haar voorzet uit, onder de naam Krot & Co werken Aagje en Peter Pel en Conny Lambrechts er samen aan.
Peter Pel vertelde er destijds over in BN DeStem: ‘De ‘signalen’ zijn dertig palen in het landschap die laten zien hoe ver het water het land binnendrong en hoe hoog het kwam. De hoogte is afleesbaar doordat de toppen van de palen wit zijn geverfd. Op twee van de dertig palen komen kunstwerken. In het ene geval is dat een waaier van 78 bloemen van zink, gemaakt door de kunstenaar Maarten Fleuren uit Tilburg. Het getal van 78 symboliseert het aantal doden: 63 in Halsteren, 15 in Lepelstraat’. Dit kunstwerk kwam te staan aan het einde van de Slikkenburgseweg in Halsteren.
Het andere kunstwerk stond aan de Kladsedijk in het buurtschap De Kladde bij Lepelstraat te staan. Het werd gemaakt door de Belgische kunstenaar Frans Daels en is een fragment uit de documentairefilm De Ramp, aldus BN DeStem. Peter Pel in die krant: ‘In die film komt een man aan het woord die tijdens het interview zijn ogen steeds laat afdwalen naar de verte van de polder. Dat beeld van die wegkijkende ogen heeft Frans Daels als het ware stil gezet. Ogen die wegkijken over de polder. Precies zoals mensen die de ramp meegemaakt hebben doen als ze hun verhaal vertellen.’
Op de palen die verspreid over de Auvergenepolder stonden, zoals bijvoorbeeld aan het Vrouwelandswegje, kwamen teksten te staan, zinnen uit de verhalen in het herdenkingsboek van heemkundekring Halchterth en uit interviews met overlevenden. Op elke paal een zin, soms letterlijk overgenomen, soms door ons iets poetisch bijgeschaafd. Het zijn stuk voor stuk zinnen die alleszeggend zijn over wat de mensen toen meegemaakt hebben”, zegt Pel. We lezen er teksten als
‘Wij waren alles kwijt. Maar we spraken er niet over. We leefden nog. Dat was het belangrijkste.’
‘Hij is nog op de dijk gezien. Waarschijnlijk is hij teruggegaan om zijn vrouw op te halen. Beiden zijn nooit meer gezien.’
‘Het is gek wat je dan meeneemt. We hebben meubels lopen sjouwen, maar aan het fotoalbum dacht niemand.’
De keuze voor teksten op palen, is mede ingegeven door het feit dat veel overlevenden niet of nauwelijks over de ramp willen praten. Aagje Pel in BN DeStem: ‘De palen zijn als het ware de spreekbuis voor de mensen die er zelf niet over kunnen praten.’
Op dat moment al vinden Aagje en Peter Pel dat de Watersnoodramp een blijvend monument moet hebben. In de loop van 2003 komen gemeente en Krot & Co overeen dat dit inderdaad gebeurt. Zo vinden we tot op de dag van vandaag aan de Ignatiusdijk Signalen in het landschap, de palen met de markering van de waterhoogte, erop emotionele teksten van getuigen van de ramp. Plus de krans met 78 bloemen.
Dat juist de Slikkenburgseweg en Sint Ignatiusdijk worden uitgekozen is geen toeval als we het verhaal van Nelly Nefs-Paulus erbij halen. Want dit is de plek waar zij in die rampnacht in 1953 elf familieleden verloor, vertelde ze in 2009 aan BN DeStem. Ze was een meisje van viereneenhalf. Maar oud genoeg om te beseffen, wat er was gebeurd. Ze is het nooit meer kwijt geraakt. Daarom vindt ze het monument, zoals het nu is, mooi. Een stil plekje waar ze een paar keer per jaar komt. En even alleen is met haar herinneringen. En ze is niet de enige, getuige de bloemen die regelmatig worden gelegd.
Nelly woonde destijds met haar ouders en zusje veilig op de Brabantse Wal. Maar in de polder stonden de huizen van twee ooms. Merijn met vrouw en vier kinderen vooraan aan de St. Ignatiusdijk. Opa Paulus woonde bij hen in. Verderop, aan de Slikkenburgseweg, was de woning van oom Jan. Hij had een vrouw en drie kinderen. In de rampnacht verdrinken ze allemaal. Op Jan na want die was toevallig op retraite in Seppe.